Nadenken over “werken zonder boek”: Wenselijk of onzinnig?

Geschreven door Marc van Maastricht op 01 november 2017

Al decennia wordt er gezocht naar alternatieven voor het boek als bron van kennis. In de jaren 30 van de vorige eeuw vormde de radio in de ogen van veel leraren een bedreiging voor het traditionele onderwijs: stel je toch eens voor dat alle leerlingen voortaan alle kennis via de radio tot zich zouden nemen? Welke rol zou er voor de leraar, met zijn boeken, dan nog weggelegd zijn?! Vergelijkbare onrust stak opnieuw de kop op in de jaren vijftig (tv), jaren 80-90 (computer en internet) en zelfs in 2010, met de komst van de iPad.

Wie het inmiddels klassieke YouTube-filmpje This Will Revolutionize Education al eens heeft gezien, is bekend met het idee dat elke vorm van kennisoverdracht er één is die op zichzelf waardevol is. Maar het is de leraar die bepaalt wanneer een specifieke vorm het meest aansluit bij de behoefte van de leerling. In mijn workshops wijs ik er dan ook vaak op dat er geen reden tot ongerustheid is: in tegenstelling tot veel beroepsgroepen is het beroep van leraar er één die over 50 jaar nog gewoon zal bestaan. (Bron: Job Personality - Hoe robotproof is jouw beroep?)

Maar geldt dit nu ook voor het boek als bron van kennis? Zal het boek op korte termijn verdwijnen? En wat komt er dan voor in de plaats?

Dat is een vraag die even interessant is als onzinnig.

Immers: wat is nu precies een boek? Een stapel papier met een kaft? Een statische hoeveelheid informatie die je aanbiedt via een eReader? De Stercollecties van VO-content?

Voor je het weet kom je in een onzinnige discussie terecht die voorbij gaat aan een vraag die veel fundamenteler is, en daardoor veel interessanter: waar willen we naartoe met ons onderwijs?

In het verlengde hiervan stelt een school zich, bij oriëntatie op leermiddelen, helaas vaak de vraag: “gaan we overstappen op digitaal leermateriaal of behouden we het boek?”, terwijl de vraag die gesteld zou moeten als volgt luidt: “wat willen we bereiken met ons onderwijs en onze leerlingen, en welke rol spelen de verschillende soorten leermiddelen, en de leraar, hierin?”

Helaas is de reden dat veel scholen zichzelf de vraag stellen of ze al dan niet van het boek af willen stappen, voor een groot deel gebaseerd op kosten- en pr-overwegingen. Zo van: “Als we die €320 per leerling, in plaats van boeken, deels besteden aan (goedkoop) digitaal leermateriaal, dan houden we geld over om mee te betalen aan de devices die nodig zijn om dat materiaal te bekijken. En dan trekken we meer (ouders van) leerlingen aan, omdat ze goedkoper een device kunnen aanschaffen. En en passant komen we dan in het nieuws als een moderne school”.

In deze redenering wordt voorbijgegaan aan het onderwijs, en aan degene die dat onderwijs moet geven: de leraar. Immers: hoe moet een leraar omgaan met een situatie zonder boek, zonder dat er goed nagedacht is over de vraag waar je met je onderwijs naartoe wilt?

Het is mij, en velen met mij, inmiddels duidelijk dat het ‘boek achter glas’ niet werkt. Vervang je het boek door een apparaat waarop de teksten en afbeeldingen verschijnen, dan loopt dat onherroepelijk uit op frustratie: je kunt niet gemakkelijk in de teksten schrijven en teksten naast elkaar leggen. Je bent beperkt door de (vaak beperkte) schermruimte van de apparaten, en het apparaat kan vastlopen, een lege batterij hebben of simpelweg een technische barrière vormen om ‘gewoon even iets te lezen’. 

   

Problemen die bij boeken geen rol spelen. En dan heb ik het nog niet over de maatregelen die veel uitgevers nemen om het materiaal te beveiligen tegen kopiëren, waardoor het omgaan met het materiaal nog verder tegengewerkt wordt.

Maar wat werkt dan wél? Hoe moet je dan wél omgaan met technologie en leermiddelen?

Daarvoor is het belangrijk om jezelf als school én als leraar te bevragen: “waar wil ik naartoe met mijn onderwijs over 5 jaar?” En, om het concreter te maken: wat moet ik daar de komende anderhalf jaar voor doen?

In de eerdergenoemde YouTube-kraker This Will Revolutionize Education komt duidelijk naar voren dat het de leraar is, die zich in de leerling zal moeten inleven, en zal moeten onderzoeken wat die leerling boeit, waartoe hij in staat is en wanneer hij ‘er klaar voor is’.

Besluit je als school om boeken deels te vervangen door de Stercollecties? Prima, maar maak je leraren dan bekend met de mogelijkheden die ze erbij krijgen wanneer ze dat materiaal arrangeren en combineren met de vele interactieve digitale tools die er online beschikbaar zijn. Wil je materiaal van internet gebruiken als (gedeeltelijke) vervanging van een papieren lesmethode? Uitstekend, maar train je leraren dan in het brainstormen over, en het (gezamenlijk!) bedenken van betekenisvolle opdrachten, gericht op hun eigen leerlingen. Wil je dat je leraren meer aansluiten bij de beleveniswereld van de leerlingen? Geweldig, maar geef hen dan de opleiding, middelen, tijd en ondersteuning die ze daarvoor nodig hebben.

Als je als schoolleiding kiest voor deze fundamentele aanpak, dan vergroot je niet alleen de kans op het welslagen van de overstap van ‘het boek’ naar ‘digitaal’, maar breng je een blijvend, interessant gesprek met je leraren op gang over een onderwerp dat hen wél interesseert, namelijk: onderwijs.

 

Marc van Maastricht

Ster@dviseur

Terug naar blogoverzicht
Onze nieuwsbrief ontvangen?

Schrijf je direct in

Nu inschrijven
Stel een vraag Helpdesk