Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als je deze cookies niet wilt, dan kan je dat hier aangeven. Je kan dan geen video’s op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook anonieme cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt.

Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als je deze cookies niet wilt, dan kan je dat hier aangeven. Je kan dan geen video’s op deze website zien.

“De leerlingen kijken positief kritisch mee"

Romano de Bock maakte 35 jaar geleden al zijn eigen lessen met een stencilapparaat. Jorick Boll, vijf jaar geleden nog stagiair van De Bock, leerde naar eigen zeggen op de opleiding maar weinig over materiaalontwikkeling. Nu zijn ze heer en meester over hun eigen digitale leermateriaal in de VWO-onderbouw van het Herbert Vissers College in Nieuw Vennep. “Met Wikiwijs en de Stercollecties is er een wereld voor me opengegaan.”

In het schooljaar 2013-2014 experimenteerden de aardrijkskundecollega’s voor het eerst met de iPad, in een 2-gymnasiumklas. Dat was niet direct een succes. “Wat onze methode bood, was een boek achter glas. Dat had geen enkele meerwaarde”, vertelt Boll. “Je had niet eens internet nodig.” “Maar we zagen wel het voordeel van iPads”, voegt De Bock toe. “Digitale leermiddelen geven het vak aardrijkskunde op twee manieren meerwaarde: je kunt de actualiteit betrekken, en de eigen omgeving. Daar komt bij dat docenten altijd eigenwijs zijn: je wilt je eigen keuzes maken en jij kent je leerlingen het beste.”

Een jaar na de pilot werd daarom toch de iPad in alle tweede en derde klassen ingevoerd. Dit jaar werkt de brugklas voor het eerst ook met de devices. Het tweetal heeft inmiddels de papieren methode helemaal aan de straat gezet. De Bock: “In de brugklas hebben we bijvoorbeeld een lessenserie gebaseerd op topografische kaarten van de gemeente Haarlemmermeer. Bij lessen over het weer gebruiken we gegevens van een weerstation op het dak van de school. Dat kan een boek natuurlijk nooit bereiken.”

Houvast

De Bock en Boll gebruiken de Stercollecties waar die van pas komen, maar gaan vooral uit van het materiaal dat ze zelf hebben ontwikkeld. De Bock:  “Als je je gaat oriënteren op een onderwerp, kijk je eerst bij de Stercollecties: kan ik die één-op-één overnemen, of kan ik ze herschrijven? De Stercollecties dekken de kerndoelen en geven houvast.”

Toch gaat er niets boven eigen ontwikkeld materiaal, vindt Boll. “Ik vind de Stercollecties niet altijd uitdagend genoeg. We maken er dankbaar gebruik van, maar als je een hele leerlijn doorloopt, ben je toch minder met het materiaal verbonden.” De Bock vult aan: “In de derde klas volgden we de Stercollecties, maar die ging voorbij aan de recente vluchtelingenproblematiek.”

Dus schreven de twee een lessenserie met actuele bronnen, waarin leerlingen worden aangespoord zelf materiaal te verzamelen. “Het is uitdagend voor jezelf en voor leerlingen om de vertaalslag te maken naar de actualiteit. Dit zijn onderwerpen die aan de keukentafel ter sprake komen.”

Eenvoudig een fraaie lessenserie

De Bock zit al bijna veertig jaar in het vak en maakt het grootste gedeelte daarvan al zijn eigen materiaal. “Maar met Wikiwijs en de Stercollecties, is er een wereld voor me opengegaan. Het is daarmee zo eenvoudig om een fraaie lessenserie te maken. Natuurlijk, het kost veel tijd, maar het is heel motiverend.”

Team teachen

De docenten op het Herbert Visserscollege houden elkaar scherp. Brainstormsessies en een inspiratiereis naar Finland leidden tot nieuwe initiatieven, zoals themaprojecten over ‘science fiction, science facts’. “We krijgen van de school alle vrijheid. De enigen die positief kritisch meekijken zijn onze collega’s, en natuurlijk onze leerlingen”, benadrukt De Bock. Boll: “Volgend jaar gaan we team teachen. Differentiëren is namelijk veel makkelijker met drie docenten op negentig leerlingen, dan met één docent op 30 leerlingen.”

Klein beginnen

Het heeft veel tijd en energie gekost, maar de docenten op het Herbert Vissers College zijn architect van hun eigen onderwijs. Boll: “Mijn advies is om met een klein project te beginnen. Kies van tevoren een klas uit, zodat je wordt gedwongen om door te zetten. Ik zie steeds dezelfde collega’s die workshops bijwonen; maar zolang je het niet probeert kom je niet verder.”

Helpdesk