1 Wat vindt de docent in Wikiwijs onder de kop VO-content?
Goed leermateriaal, vaak ook met bronnen van bijv. de publieke omroepen en belangrijke musea en altijd vanuit de praktijk ontwikkeld. Het leermateriaal is bovendien gemetadateerd. Daardoor is het op trefwoorden vindbaar. Er kan gezocht worden op afdeling, leerjaar en vak. Materiaal in VO-content zal steeds meer geordend worden in stercollecties. Daarbij gaat het over leerlijnen voor een heel schooljaar, voor een afdeling, voor een niveau en voor een vak. Docenten kunnen stercollecties zelf op onderdelen aanpassen aan het eigen onderwijskundig concept en de specifieke kenmerken van de leerlingen.
2 Hoe is de verhouding met Wikiwijs?
Wikiwijs is een belangrijke werkomgeving voor leraren die gebruik willen maken van open digitaal leermateriaal. Via Wikiwijs wordt het leermateriaal dat het VO-contentkeurmerk heeft, beschikbaar gesteld aan de leraren. Omdat de stichting VO-content verantwoordelijk is voor de kwaliteit van haar stercollecties is er met Wikiwijs afgesproken dat VO-content zelf regie voert over het VO-contentdeel in Wikiwijs.
3 Waarom moet er eigenlijk digitaal leermateriaal komen, het kan toch ook in boeken blijven staan?
Het is in algemene zin zo dat digitale leermaterialen toegevoegde waarde hebben ten opzichte van bestaande papieren leermiddelen. Er is veel onderzoek en bewijs beschikbaar (o.a. via Kennisnet) waaruit positieve leereffecten en efficiency-voordelen blijken. Denk daarbij aan leren met bewegend beeld en geluid, animaties of simulaties, denk aan interactieve feedback, denk aan producerend en samenwerkend leren met digitale leermaterialen, denk aan begeleiding op afstand.
4 Zijn er nog andere redenen om ICT in te zetten in het onderwijsleerproces?
ICT en het gebruik van digitaal leermateriaal in het onderwijsleerproces is een middel dat docenten in staat stelt beter dan tot nu toe in te spelen op verschillen tussen leerlingen. Daarnaast is een allround kennismaking met ICT wenselijk vanwege de allesomvattende aanwezigheid van ICT in de samenleving.
5 Welke partijen werken samen om VO-content tot een succes te maken?
De VO-raad heeft het initiatief genomen de stichting VO-content op te richten. De stichting werkt nauw samen met Kennisnet, SLO en de Open Universiteit/Ruud de Moor Centrum, de lerarenopleidingen en de Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs (VVVO). Daarnaast zijn de partners van wie VO-content leermateriaal aanreikt aan de scholen, van het grootste belang. Zij zorgen immers voor actualisatie, onderhoud en beheer van het leermateriaal.
6 Waarom vindt de VO-raad de ontwikkeling en stimulering van digitaal leermateriaal belangrijk?
Niet ieder kind leert op dezelfde manier, dus variatie in leervormen en leermaterialen is belangrijk. Denk daarbij ook aan leerlingen die extra hulp nodig hebben, of juist aan leerlingen met veel talent. Deze leerlingen kunnen worden uitgedaagd met behulp van maatwerkopdrachten. Digitaal leermateriaal maakt variatie in gebruik van leermaterialen makkelijker. Bijvoorbeeld door materialen uit de eigen omgeving toe te voegen of door uitdagende, maatschappelijke en beroepsrelevante opdrachten aan te bieden.
7 Wie bewaakt de kwaliteit van het leermateriaal?
SLO heeft op verzoek van de stichting VO-content een kwaliteitszorgsysteem ontwikkeld, waardoor we kunnen garanderen dat het materiaal voldoet aan de eisen die gesteld zijn (vindbaarheid, bruikbaarheid en didactische correctheid).
8 Is het leermateriaal gratis?
Het leermateriaal wordt door non-profit organisaties en publieke partijen aangeboden aan VO-content. De partijen die leermateriaal via VO-content beschikbaar stellen, blijven eigenaar van hun collecties. Ze verplichten zich zorg te dragen voor onderhoud, actualisatie en beheer van hun collecties. De kosten die daarmee gemoeid zijn, worden betaald door de leden van de stichting VO-content.
9 Kan het leermateriaal uit VO-content leer- en werkboeken vervangen?
VO-content zal steeds meer gaan bestaan uit stercollecties. Deze bevatten leerlijnen voor een heel schooljaar, voor een afdeling, voor een niveau en voor een vak. Iedere stercollectie wordt voorzien van een eigenschappenlijst. In die eigenschappenlijst is ook opgenomen of de stercollectie leerboek- en/of werkboekvervangend is.
10 Wat zijn de financiële consequenties van het gebruik van VO-content voor het leermiddelenbudget van de school?
Gebruik van leermateriaal uit VO-content kan tot een besparing leiden in het leermiddelenbudget van scholen. Dat is een gewenste ontwikkeling, want er is op veel scholen sprake van overschrijding van de normbedragen. Het is de keuze van scholen zelf hoe ver ze hierin willen gaan en welke keuzes zij maken voor herbestemming van gelden.
11 Is leermateriaal uit VO-content afdelingspecifiek of afdelingsoverstijgend te gebruiken?
Het leermateriaal in VO-content is geordend per afdeling van praktijkonderwijs tot en met gymnasium en zal steeds meer geordend worden in stercollecties. Daarbij gaat het over leerlijnen voor een heel schooljaar, voor een afdeling, voor een niveau en voor een vak. Een uitzondering op deze ordening vormt de stercollectie rekenen. Deze is bruikbaar in de leerjaren 1 en 2 van alle afdelingen.
12 Kan VO-content een bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering van het onderwijs?
Bij leren en onderwijzen speelt leermateriaal natuurlijk een belangrijke rol. De maatwerkmogelijkheden en de specifieke kracht van digitale leermateriaal (bewegend beeld en geluid, animaties en simulaties, directe feedback, herhaling etc.) dragen zonder twijfel bij aan goed leren en aan goed onderwijzen. Met name leerlingen die behoefte hebben aan extra oefenstof en uitleg over onderwerpen die ze nog niet onder de knie hebben, profiteren hiervan. Talentvolle leerlingen kunnen meer worden uitgedaagd met behulp van alternatieve opdrachten, afgestemd op hun specifieke mogelijkheden.
13 Kan VO-content een bijdrage leveren bij het omgaan met verschillen tussen leerlingen?
ICT en digitaal leermateriaal zijn uiterst krachtige middelen bij het beter omgaan met de verschillen tussen leerlingen. Zo kan extra oefenstof en/of extra verdiepingsstof op maat worden aangeboden. Maar niet alleen inhoudelijk komt differentiatie binnen handbereik. Het gaat ook om differentiatie naar niveau, tempo, interesse, leerstijlen en leerstrategieën.
14 Verandert de opkomst van meer digitaal leermateriaal de rol van de docent?
Digitaal leermateriaal vraagt om een andere didactiek van de docent en andere inrichting van het onderwijs. Vaak krijgt de docent meer de rol van coach omdat juist het uitleggen en “trainen” deels door ICT kunnen worden overgenomen of ondersteund. Dat scheelt tijd en daardoor kan meer aandacht voor begeleiding en maatwerk ontstaan.
15 Wat betekent het gebruik van ICT in het onderwijsleerproces voor het docentenvak?
ICT heeft de wereld veranderd. Naarmate ICT meer haar intrede doet in de klas, zullen de consequenties voor de docent groter worden. Het competentiepalet van de docent –intermenselijk, pedagogisch, didactisch, vakinhoudelijk, organisatorisch – zal in de loop van de jaren veranderen. Docenten zullen worden aangesproken op hun vakmanschap als het gaat om het zelf plannen van programma’s en leermaterialen. Dat ondersteunen we vanuit VO-content. Docenten gaan zich verdiepen in de keuze van de leerstof, werkvormen en leermaterialen en plannen extra oefenstof en verdiepingsstof voor de leerlingen die dat nodig hebben. Het werk wordt daarmee minder uitvoerend en – naar wij verwachten – uitdagender, omdat de docent weer echt met zijn vak bezig kan en zal moeten zijn. Deze ontwikkeling daagt docenten dus uit en dat is goed voor het vakmanschap en voor de positieve herwaardering van het beroep van leraar!
16 Wat betekent gebruik van ICT en digitaal leermateriaal voor de belasting van de docent?
Leren omgaan met iets nieuws vraagt extra tijd. Docenten zullen die tijd moeten krijgen. Het is van belang dat de schoolleiding docenten in alle opzichten goed faciliteert bij dit proces.
17 Is er een relatie met het dreigende lerarentekort?
Het tekort aan leraren is onafwendbaar. Digitaal leermateriaal biedt kansen daar beter mee om te kunnen gaan. Het onderwijs kan efficiënter worden gemaakt door te kijken welke taken iedere medewerker binnen de school heeft en op welke punten ICT leraren werk uit handen kan nemen. Een logisch gevolg is dat er meer taak- en functiedifferentiatie binnen de school zal ontstaan. De talenten van de docenten en de overige medewerkers zullen beter benut worden.
18 Hoe worden docenten ondersteund?
Vaksecties van scholen die lid zijn van de stichting VO-content krijgen ondersteuning bij het in gebruik nemen van VO-contentmateriaal. Dit gebeurt door middel van workshops en door het openstellen van een helpdesk waar docenten direct met hun vragen terecht kunnen.
19 Kan de docent materiaal uit VO-content combineren met zijn eigen materiaal?
Ja, iedere docent kan het materiaal van VO-content aanpassen aan zijn eigen wensen en aan de individuele leerbehoefte van de leerlingen. Op eenvoudige wijze kan een gedeelte van een stercollectie worden vervangen door iets anders en kan verdiepingsstof of remediërend leermateriaal worden toegevoegd.
20 Hoe zit het met de auteursrechten?
Het leermateriaal uit VO-content heeft een creative commons licentie. Dat wil zeggen dat het zonder meer kan worden gebruikt en mag worden aangepast. Soms worden er wel voorwaarden gesteld voor verdere verspreiding. Gebruikers mogen het materiaal ook printen en kopiëren, ook digitaal, maar uiteraard binnen de auteursrechtenafspraak.
21 Mag het materiaal gekopieerd worden?
Gebruikers mogen het materiaal printen en kopiëren, ook digitaal, maar wel binnen de afspraak over de auteursrechten.
22 Verdwijnen de leermaterialen die nu door uitgevers worden gemaakt?
Dat is een vraag waar het onderwijsveld zelf mettertijd een antwoord op zal geven. Wij zien dat er veel scholen zijn die de boeken als lesboeken voor uitleg over de theorie blijven gebruiken. De werkboeken willen ze vaak eerder vervangen door digitaal materiaal. Het grote voordeel is dat er dan ook snel extra oefenmateriaal kan worden toegevoegd voor leerlingen die het nodig hebben en ook voor leerlingen die meer in hun mars hebben. Een groot voordeel van de doorzettende digitalisering van leermaterialen is natuurlijk ook dat combinaties (arrangementen) kunnen worden gemaakt met materialen van uitgevers, van VO-content en met andere door de docent zelf verzamelde of gemaakte materialen.