Alexander Rinnooy Kan 'Met VO-content heeft de docent meer handvatten om zelf het onderwijsproces in te richten'

Het curriculum vitae van Alexander Rinnooy Kan kent heel wat hoogtepunten: hij is hoogleraar Economie en Bedrijfskunde aan de UvA, zit in de Eerste Kamer voor D’66 en was voorzitter van onder andere de SER en VNO-NCW. Toch ziet hij zichzelf vooral eerst als onderwijzer. “We hebben in de geschiedenis van de mensheid dingen waar we niet zo trots op zijn. Maar kunst, cultuur en kennis, dát zijn de mooie hoofdstukken. Ik ben trots op mijn rol als onderwijzer. Naarmate je meer doet aan kennisoverdracht, neemt het plezier dat je erin hebt toe.” 

Kwaliteit van de leraar

“Ik denk dat ik gevraagd ben om in het Comité van Aanbeveling van VO-content zitting te nemen vanwege het rapport LeerKracht! uit 2007, waarbij ik als voorzitter van de Commissie Leraren betrokken was. In dat onderzoek pleitten wij voor het belang van betere professionele omstandigheden voor de docent. Het leerproces staat of valt namelijk met de kwaliteit van de leraren. Alles wat we doen om hun functioneren te verbeteren, levert een essentiële bijdrage aan de kwaliteit van het onderwijs.”

Maatwerk

Sinds het verschijnen van het rapport is er veel verbeterd aan de positie van leraren, maar ze mogen nog meer ruimte krijgen om hun vak naar eigen inzicht uit te oefenen. “Goed onderwijs minimaliseert de irrelevante verschillen tussen leerlingen en maximaliseert de verschillen die er wél toe doen. Je wilt verschillen in talent uitvergroten, in welke wijk je bent geboren zou geen rol moeten spelen. Het Nederlandse onderwijs doet dat nog te weinig.” 

“Het is een andere vraag of het wenselijk is dat leerlingen in het hoogst haalbare tempo door de stof heen marcheren. Ik denk dat je daarin niet moet doordraven. Ik was zelf een goede leerling, maar een beetje stil en introvert. Mijn ouders hebben me daarom nooit een klas over laten slaan, omdat zij doorhadden dat intellectuele ontwikkeling maar een deel is van het verhaal. Onderwijs volgen is ook een sociaal proces.”

ICT

De rol van ICT moet daarom niet overschat worden, vindt Rinnooy Kan. “ICT kan een belangrijke rol spelen in het onderwijs, maar moet ondersteunend zijn en de kwaliteit verhogen. Er moet ruimte blijven voor de socratische dialoog. Het moet niet zo zijn dat docenten straks alleen maar controleren of alle stekkertjes nog wel goed zitten. Toen ik in de Raad van Bestuur van ING zat en over het HR-beleid ging, bleek dat werknemers veel kunnen bereiken met e-learning. Maar ook dat de effectiviteit daarvan toeneemt als er een vorm van interactie is met iemand die weet waar hij het over heeft.”

Ruimte in het leslokaal

“Wat ik als mijn taak zie in het Comité van Aanbeveling? Aanbevelen! Naar buiten toe onderstrepen dat VO-content een serieus en verstandig doel nastreeft. In een ideale wereld zeggen wij als maatschappij welke leerresultaten wenselijk zijn, en laten we de leraar vrij om het proces in te richten.”

Met het materiaal van VO-content heeft de docent daarvoor meer handvatten. “Het voortgezet onderwijs is maatschappelijk ongelofelijk betekenisvol. Om als kenniseconomie te kunnen concurreren met andere landen zijn uitstekende leraren nodig, die goed betaald worden en die professionele ruimte krijgen in het leslokaal.” 

Onze nieuwsbrief ontvangen?

Schrijf je direct in

Nu inschrijven
Stel een vraag Helpdesk