Mees Hartvelt: 'In de interactie tussen docent en leerling, daar gebeuren wonderen.’

In ons Comité van Aanbeveling nemen prominente Nederlanders plaats die de doelstellingen van VO-content onderstrepen. In deze serie interviews praten zij over hun visie op onderwijs. Bestuurder Mees Hartvelt: ‘In de interactie tussen docent en leerling, daar gebeuren wonderen.’

Hij had te weinig geduld om het docentschap als carrière te kiezen. Toch ligt het onderwijs hem wel. Mees Hartvelt zet daarom liever zijn kennis en ervaring als econoom en bestuurder in ‘om onderwijsorganisaties stabieler te maken’. Tegenwoordig doet hij als lid van de Raad van Toezicht van Dunamare, een Noord-Hollandse onderwijsgroep van 24 scholen met in totaal 13.000 leerlingen. 

“Omdat je daarmee een bijdrage levert aan de toekomst. Ik geloof dat je moet ontplooien wat er in de kinderen zelf zit en moet zorgen dat de leerstof aansluit bij hun eigen ambitie. Daar heb ik altijd een bijdrage aan willen leveren.”

Balans

Ondanks het zelfverklaarde gebrek aan geduld, maakt Hartvelt alles behalve een rusteloze indruk. Vanuit een fauteuil in zijn serre: “Als  je in de gezegende omstandigheid bent dat je veel hebt, moet je dat delen. En het kostbaarste wat je hebt is tijd.” Die ‘bijna religieuze’ levenshouding leverde de voormalig papierfabrikant een respectabel cv op. Hij was respectievelijk bestuursvoorzitter en bestuurslid van werkgeversorganisaties AWNV en VNO-NCW, en daarnaast kroonlid van de Sociaal-Economische Raad. 

“Ik zit nu in het Comité van Aanbeveling van VO-content omdat ik een band heb met de scholen, het idee van VO-content fantastisch vind en daar ook toekomst in zie. Met de Stercollecties worden kwaliteit en dekking van het onderwijsmateriaal gewaarborgd, terwijl de kostprijs laag wordt gehouden. Er wordt gezocht naar een balans tussen het toepassen van ICT en de interactie tussen docent en leerling, dat spreekt me aan.”

Interactie

Voor dat laatste maakt hij zich graag hard. Op Dunamare signaleert Hartvelt namelijk twee ontwikkelingen. Enerzijds worden scholen door de inspectie, maar ook door ouders, steeds meer afgerekend op meetbare resultaten. Anderzijds hebben scholen steeds meer aandacht voor de, vaak niet-meetbare, kwaliteiten van de individuele leerling.

“We leiden leerlingen ook op tot verantwoordelijk medemens; dat wordt nog wel eens vergeten. Een school kan net een onvoldoende scoren bij de inspectie, maar toch een verrassend goede school zijn voor de leerling.” Om de beste fit tot stand te brengen, is het daarom van belang dat scholen zich beter profileren met hun identiteit en kernwaarden.

“Uit het recente OESO-rapport blijkt dat ook: ICT leidt op zichzelf niet tot betere onderwijsresultaten, maar het is de interactie tussen leerling en docent die iets opwekt bij leerlingen. Daar gebeuren wonderen, daar wordt bepaald wat een leerling meeneemt voor de rest van zijn leven. Je kunt pas spreken van tailormade onderwijs als het aansluit bij de leerling én de docent.”

Eigen visie

Daar ligt een taak voor de Stercollecties, maar er is nog veel werk aan de winkel. “Ik merk dat er weerstand is bij sommige van onze docenten, met valide redenen. Twintig procent van de docenten behoort tot de early adaptors, twintig procent zal nooit met de Stercollecties willen werken. We moeten er de vinger achter zien te krijgen wat de specifieke bezwaren zijn van de overige zestig procent.” Een deel daarvan kan Hartvelt wel voor ze invullen. “Nog niet alle pakketten zijn er voor alle vakken en de bestaande collecties moeten geüpdatet worden. Het heeft er ook mee te maken dat de docent zich de software eigen moet kunnen maken. Nu kan die vooral  aangepast worden aan het niveau van de leerling. Ik zou er wat voor over hebben als iedere docent zijn eigen visie op onderwijs erin zou kunnen verwerken.” 

Overbodig

Blijf experimenteren en fouten maken, is het devies van onderwijzer Hartvelt. Maar wanneer hebben we het doel bereikt? De econoom Hartvelt geeft antwoord: “Je kunt je de vraag stellen of VO-content zichzelf niet overbodig moet maken. Naarmate de Stercollecties groeien, gaat ook het onderhoud steeds zwaarder wegen. Je moet daar mensen voor vinden en tegelijkertijd de binding houden met de docenten. Ondertussen wil je het lidmaatschap zo goedkoop mogelijk gehouden voor een maximale penetratie. Qua governance is het dus een lastig model. Kan het niet beter een businessbasis hebben? Moeten we het niet overdragen aan de uitgevers, zodra we proefondervindelijk hebben uitgevonden aan welke eisen de software moet voldoen? Ik zit in het Comité van Aanbeveling om dit soort vragen te stellen.” 

Onze nieuwsbrief ontvangen?

Schrijf je direct in

Nu inschrijven
Stel een vraag Helpdesk