VO-content pakt 26 januari uit op de beurs Onderwijs&Ict 2012!

In deze ‘Laatste Editie’ een overzicht van de activiteiten van Stichting VO-content tijdens de beurs Onderwijs&Ict 2012 op 25 en 26 januari. Reserveer in ieder geval 26 januari in uw agenda als u van de mogelijkheid gebruik wilt maken de stercollecties van VO-content diepgaand te verkennen. Vanaf 10.30 tot 17.00 uur is er op 26 januari altijd wel ergens op de beurs een VO-contentactiviteit die u kunt bezoeken.

Stercollectiedemonstraties in de VO-contentstand op de beursvloer
Wilt u een demonstratie van stercollecties op maat? Heeft u specifieke vragen over een bepaalde stercollectie? Vraagt u zich af hoe de doorontwikkeling van stercollecties zal gaan? Wilt u advies over ondersteuning bij het in gebruik nemen van stercollecties? Breng een bezoek aan onze stand als onderdeel van uw dagprogramma. Onze medewerkers staan u op 25 en 26 januari graag te woord.

Inschrijven voor de beurs Onderwijs&Ict 2012
Inschrijfmogelijkheid voor de beurs, exclusief voor leden van Stichting VO-content
Leden van VO-content kunnen zich inschrijven voor de beurs en voor de ledenconferentie van VO-content (26 januari 13.30-17.00 uur) via het Inschrijfformulier leden VO-content. Ze ontvangen een gratis toegangskaart voor beide dagen (25 en 26 januari 2012). Per school kunnen maximaal drie mensen deelnemen aan de ledenconferentie. Als u zich inschrijft vóór dinsdag 17 januari 2012, ontvangt u de badge voor deelname aan de beurs en de ledenconferentie per post.

Inschrijfmogelijkheid voor de beurs voor niet-leden VO-content
Scholen die geen lid zijn van VO-content kunnen de ledenconferentie van VO-content niet bezoeken. Uiteraard kunnen zij wel de keynote van Hans Reiber, de lezing van Linda le Grand en de stand van VO-content bezoeken. Als u tijdens uw bezoek aan de beurs besluit dat u zich wilt oriënteren op lidmaatschap van Stichting VO-content, kunt u dit kenbaar maken in onze stand. U ontvangt dan een toegangsbewijs voor de ledenconferentie van 26 januari van 13.30-16.30 uur, zodat u zich nader kunt oriënteren op lidmaatschap.

Niet leden van VO-content kunnen zich inschrijven voor de beurs via:http://www.onderwijs-en-ict.org/nl-NL/Bezoeker/Registratie.aspx

VO-content, digitaal leermateriaal voor het VO
Keynote door Hans Reiber, voorzitter VO-content
26 januari 2012, 10.30-11.20 uur, Julianazaal 1
Doelgroep: leidinggevenden in het onderwijs
Stichting VO-content presenteert 30 stercollecties die bruikbaar zijn met ingang van 1 augustus 2012. Stercollecties bevatten samenhangend digitaal leermateriaal voor een vak, voor een leerjaar, voor een afdeling, voor een niveau. Het overgrote deel van de stercollecties kan door een school leer- en werkboekvervangend gepositioneerd worden in het leermiddelenbeleid van de school. Hans Reiber zal ingaan op de consequenties van VO-content voor de leermaterialenmarkt, op de inbedding van VO-content in het leermiddelenbeleid van scholen en op de consequenties van het gebruik van open digitaal leermateriaal voor de schoolorganisatie. Omdat Hans Reiber in de afgelopen tien jaar vanuit meerdere leidinggevende functies betrokken is geweest bij het ontwikkelen en in gebruik nemen van digitaal leermateriaal zal hij zeker aandacht hebben voor de rol van leidinggevenden.

Digitaal leermateriaal, werken met stercollecties van VO-content
Lezing door Linda le Grand, projectmanager VO-content
26 januari 2012, 11.30-12.20 uur, Foyer
Doelgroep: docenten, ict-managers en -coördinatoren en informatiemanagers
Stichting VO-content heeft met ingang van 1 augustus 2012 dertig stercollecties beschikbaar. Stercollecties bevatten samenhangend digitaal leermateriaal voor een vak, voor een leerjaar, voor een afdeling, voor een niveau. Een stercollectie is bijvoorbeeld leermateriaal voor het vak Nederlands, leerjaar 1, voor vmbo kgt-niveau. Linda le Grand zal toelichten hoe docenten stercollecties van VO-content een plaats kunnen geven in de les, hoe ze onderdelen van stercollecties kunnen vervangen en hoe ze stercollecties kunnen verbinden met ander leermateriaal. Omdat Linda le Grand een aantal dagen per week voor de klas staat en daarnaast als projectmanager van VO-content verantwoordelijk is voor het maken van de afspraken met de partners van VO-content over de ontwikkeling van stercollecties, kan ze vanuit verschillende perspectieven het gebruik van de stercollecties toelichten.

Uitgebreide presentaties van stercollecties VO-content tijdens de ledenconferentie
Presentaties door medewerkers van Les 2.0, MathUnited, StudioVO en Eindexamensite.nl
26 januari 2012, 13.30-16.30 uur, Julianazaal 2 en het Julianarestaurant
De ledenconferentie, die exclusief is voor leden van VO-content, zal in hoge mate besteed worden aan uitgebreide presentaties van de stercollecties van VO-content. Leden van VO-content overwegen of zij één of meerdere stercollecties gaan gebruiken op school. Vragen die ze zich stellen: hoe zien de stercollecties er uit (inhoudelijk, didactisch, redactioneel, technisch), kunnen stercollecties leer- en/of werkboeken vervangen, welke stercollecties gaan we eventueel gebruiken, wanneer gaan we ze gebruiken, hoe gaan we ze gebruiken en welke ondersteuning is wenselijk/mogelijk? Deze thema’s zullen allemaal aan bod komen.

Netwerkborrel leden Stichting VO-content
26 januari 2012, 16.30-17.00 uur, Foyer
Leden van VO-content hebben iets gemeen. Ze zijn bezig met hun leermiddelenbeleid, denken na over de positionering van digitaal leermateriaal in het onderwijsleerproces en de mogelijkheden van gebruik van open leermateriaal in dat verband. Dat zijn ontwikkelingen die scholen zelf aan het vormgeven zijn. Daar wil je graag met collega’s over van gedachten wisselen. Zeker als je net een hele dag intensief met deze zaken bent bezig geweest. Alle leden van VO-content nodigen we van harte uit voor de netwerkborrel.

Website beurs Onderwijs&ict 2012: http://www.onderwijs-en-ict.org/nl-NL/Bezoeker.aspx
Twitter: https://twitter.com/owict
Hashtag: #onderwijsict12

Leermiddelenbeleid en de devicekeuze

In het leermiddelenbeleid verantwoordt een school vanuit samenlevingsperspectief en vanuit schoolorganisatieperspectief leermateriaalkeuzes en het gebruik ervan. De devicekeuze is gekoppeld aan het leermiddelenbeleid.

Een eigen device
Leerlingen hebben allemaal een eigen pen, een eigen leerboek, een eigen rekenmachine et cetera. Klaarblijkelijk vraagt de kwaliteit van het leren en het onderwijzen daarom. Gedeeld materiaalgebruik komt alleen maar voor als een leerling het materiaal is vergeten of als materiaal maar zeer sporadisch gebruikt wordt. Een eigen device is in dat verband een logische stap. Dat neemt niet weg dat scholen er voor kunnen kiezen de overgang van gedeeld gebruik naar één op één gebruik geleidelijk vorm te geven.

In deze Laatste editie staat de devicekeuze centraal. In eerste instantie, zo is betoogd, zal de keuze voor devices voor leerlingen en docenten verantwoord moeten worden vanuit de bijdrage van ICT aan de kwaliteit van leren en onderwijzen. Samenvattend komen we tot de conclusie dat bij de aanschaf van een eigen device gelet moet worden op:

  • Snelle, stabiele internetverbinding
  • De mogelijkheid om verschillende zaken tegelijkertijd te kunnen uitvoeren op het device
  • Communicatiemogelijkheden, waaronder goede in- en outputmogelijkheden
  • De toegang tot digitaal leermateriaal in al haar vormen, inclusief gebruik van multimedia en interactieve oefeningen/toetsen
  • Beschikbaarheid van ‘office’toepassingen
  • Goede mogelijkheden voor opslag en delen van materiaal
  • De mogelijkheid tot afnemen van toetsen, opslag van en toegang tot de toetsresultaten

Daarnaast mogen de volgende zaken niet uit het oog worden verloren:

  • Gebruiksgemak/gebruiksvriendelijkheid
  • Acceptabele verhouding van materiële en immateriële kosten en baten
  • Uitstraling

In de keuze zal ook moeten worden meegenomen of het device het enige is waar leerlingen/docenten toegang toe hebben, of dat zij incidenteel nog andere devices tot hun beschikking hebben zoals vaste pc’s, camera’s, stemkastjes, door de leerlingen meegenomen mobieltje, tablets, etc.

Korte termijn|
Momenteel kennen we de iPad en de Android-tablet. Binnenkort komt daar de Windows-8 tablet bij. Tablets als ‘personal device’ zijn momenteel sterk in opkomst. Het apparaat is klein, gemakkelijk mee te nemen, de accu gaat lang mee en de tablet biedt veel mogelijkheden op het ‘consumerende/interactieve’, ‘communicatieve’  en ‘creatieve/creërende’ vlak. Bovendien ligt het apparaat plat op tafel waardoor het minder prominent aanwezig is in de klas en heeft het een hoog ‘gadgetgehalte’.

Een tablet heeft ook nadelen: de koppelingsmogelijkheid naar de elo is vaak nog gebrekkig, de office-apps zijn over het algemeen minder uitgebreid dan de software die gebruikt wordt op laptops of pc’s, de mogelijkheden om meerdere taken tegelijk uit te voeren zijn veel  beperkter. Leermiddelen en webcontent die gebruikt kunnen worden op pc’s zijn lang niet altijd zonder meer geschikt voor gebruik op de tablet. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan Flashapplicaties en Java-applets, maar ook aan film-/mediacollecties die  in Flash of via Flash-players worden aangeboden en aan ingebouwde toetsen.

Langere termijn
Ontwikkelingen gaan snel. Voor wat betreft de hardware zijn we in iets meer dan twintig jaar  gegaan van grote mainframes naar vaste pc’s, naar laptops en naar mini-laptops. Ook smartphones, e-readers en tablets hebben hun intrede gedaan.  De eerste smartphone die ook dienst kan doen als ‘kern’ van een laptop is inmiddels al te koop. Hoewel het lastig is te voospellen waar we over drie jaar staan is het voor te stellen dat de verschillende devices de komende jaren in kracht en mogelijkheden naar elkaar zullen toegroeien.

In de software zien we soortgelijke ontwikkelingen: we zijn gegaan van enkele office-pakketten die voor grote bedragen werden aangeschaft naar een veelheid van pakketten voor de pc, zowel lokaal als via de cloud. Tabletgebruikers schaffen voor enkele euro’s apps aan via de diverse app-stores. Nu is leermateriaal en webcontent vaak alleen nog gemaakt voor pc-gebruik. Materiaal voor Android-tabs, de iPad en andere mobiele devices is in opkomst. Naar verwachting zal in de komende jaren steeds meer content beschikbaar komen dat op al deze verschillende devices bruikbaar is.

Het digitaal leermateriaal dat momenteel beschikbaar is – waaronder ook de stercollecties van VO-content die in augustus 2012 beschikbaar komen- is ontworpen voor de pc. Vaak is flash-ondersteuning en ondersteuning van Java-applets nodig. Maar aanbieders van digitaal leermateriaal zullen ongetwijfeld nastreven dat hun materiaal over een aantal jaren op alle platforms gebruikt kan worden, ongeacht type besturingssysteem en hardware. Voor VO-content geldt dit in ieder geval.

Nieuw materiaal kan natuurlijk volgens de nieuwe richtlijnen worden ontwikkeld, maar de grote hoeveelheid bestaand materiaal zal in de loop van de jaren moeten worden aangepast.

Keuze
Laptopscholen bestonden al, inmiddels hebben enkele scholen tablets aangeschaft en andere overwegen dit. De huidige variatie in devices biedt mogelijkheden. Er is ineens iets te kiezen. Door de snelle ontwikkelingen is het lastig om te voorspellen wat op de langere termijn een verstandige keuze is. Dat betekent dat een keuze voor een persoonlijk device voor de leerling alleen gemaakt kan worden op basis van de korte termijn, vanuit de kennis van en gebaseerd op de middelen waar we nu de beschikking over hebben.

Bij die keuze staat uiteraard voorop dat deze zo nauw mogelijk moet aansluiten bij de onderwijsvisie en het leermiddelenbeleid van de school. De school kiest daarbij voor een stuk gereedschap dat helpt bepaalde acties uit te voeren. Welke acties voor de school het meest van belang zijn, zal blijken uit de eisen en wensen uit het leermiddelenbeleid. Staan voor de school bijvoorbeeld boeken in pdf-vorm of ‘het venster op de wereld’ voorop dan is dit uitstekend mogelijk via een iPad/tablet. Maar het aanbod van digitaal/multimediaal leermateriaal dat volledig geschikt is voor gebruik op de iPad/tablet zal voor het schooljaar 2012/2013 nog beperkt zijn. Wanneer gebruik van dergelijk leermateriaal voor de school van belang is, zal voor komend schooljaar gebruik van laptops aanmerkelijk meer keuzevrijheid opleveren.

Leren, onderwijzen en de devicekeuze

Een school is te beschouwen als een bedrijf dat een product levert. De leerresultaten van de leerlingen zijn het product. Docenten en leerlingen zijn samen verantwoordelijk voor het productieproces. Docenten ondersteunen leerlingen bij het leren. Ze enthousiasmeren, verstrekken kennis, creëren toetssituaties en helpen leerlingen bij het reflecteren op het leren. Het device is te beschouwen als een stuk gereedschap van zowel docent als leerling in dat productieproces.

De wereld is het leerpark
Wat we zien is dat het leren er een dimensie bij krijgt. De school heeft niet langer een monopolie op kennis en leren. Prof. dr. Wim Veen (hoogleraar leersystemen, TU Delft) merkte recent tijdens een lezing op dat een leerling via internet wiskundelessen van de Khan Academy kan volgen die verzorgd worden door wiskundedocenten uit de hele wereld. Voor leerlingen kan dat een welkome aanvulling zijn op de uitleg van de eigen docent. De docent helpt de leerling bij het organiseren van het verwerken van de aangereikte kennis. Die hoeveelheid kennis neemt toe, niet alleen in de vorm van teksten op papier, maar ook door contacten met experts van buiten de school. Het device dat leerlingen gebruiken als hulpmiddel bij het leren moet dit type leren (en onderwijzen) ondersteunen en dus is een goede aansluiting op het internet een voorwaarde.

Leerlingen leren verschillend
Bij het maken van de devicekeuze moet rekening worden gehouden met verschillen in leerstijlen. Sommige leerlingen zijn meer visueel ingesteld, andere auditief of juist meer tekstueel. Dat heeft consequenties voor de interactiemogelijkheden, de communicatiemogelijkheden, lees- en schrijfmogelijkheden zoals schermgrootte en de kwaliteit van het scherm, beschikbaarheid van een hoofdtelefoon en de aanwezigheid van een toetsenbord.

Leerlingen leren ook samen
Leren doen leerlingen soms alleen, maar er is zeker een trend waar te nemen dat het leren vaak samen met andere leerlingen gebeurt en dat ook de docent online om hulp gevraagd wordt. Het device moet samen leren goed ondersteunen. Het is van belang dat de leerlingen vanuit één device meerdere bij elkaar horende activiteiten kunnen combineren. “Ik zit te skypen met een medeleerling, vanuit het gesprek zoek ik iets op in de elo van de school terwijl de mijn medeleerling iets verifieert op internet. Daarna schrijven we samen verder aan een gedeeld document.”

Leerlingen gebruiken digitaal leermateriaal
In de voorgaande paragrafen hebben we gesteld dat leren ook buiten school gebeurt, dat leerlingen verschillend leren en dat ze ook samen leren. Gereedschappen die we de leerlingen aanbieden moeten die dingen ondersteunen. Cruciaal in het leerproces is nog altijd de content. Leerlingen zoeken hun content zelf op het web, maar de school biedt vooral op maat gesneden leermiddelen aan. Dat kunnen boeken zijn, maar meer en meer wordt er gebruik gemaakt van digitaal leermateriaal. Materiaal van de uitgevers, van de docenten zelf, of open materiaal zoals de stercollecties van VO-content. Dit materiaal kan allerlei vormen hebben, van tekstdocumenten en pdf’s tot interactieve oefeningen en toetsen. Het device moet het gebruik van dit leermateriaal mogelijk maken.

Leerlingen produceren materialen
Leerlingen produceren materialen onder andere als oefening, om zicht te krijgen op hun eigen leerproces, om te laten zien welke kennis zij hebben verworven, om hun kennis te kunnen delen met anderen en als reflectie-instrument. Daarnaast is het creëren van materialen een leerproces waarbij leerlingen voortdurend keuzes moeten maken, kennis moeten toepassen en samenwerken. Door de grote verscheidenheid aan doelstellingen worden er verschillende vormen geproduceerd, opgeslagen en gedeeld: werkstukken, presentaties, films, verhalen enzovoorts. Het device moet de productie- en opslagvormen die de school relevant vindt, mogelijk maken.

Zicht op leerprocessen en leerprestaties
Vanuit onderwijskundig perspectief is het cruciaal dat een docent goed zicht heeft op leerprocessen, leervorderingen en leerprestaties. Ook voor de leerling is dit van belang. De toets kan worden beschouwd als een effectief middel om dit inzicht – voor docent en leerling – te krijgen. Toetsen is dus een startpunt voor leerprocesbegeleiding; leert de leerling het goede, leert de leerling op de goede manier, maakt de leerling voldoende vorderingen, zijn de leerresultaten op niveau of schort er nog iets aan? Van belang bij een toets is dat de resultaten correct worden opgeslagen en zichtbaar zijn voor de docent/leerling in de elo en/of het leerlingvolgsysteem. De leerling moet op zijn/haar device alle gebruikte vraagvormen kunnen hanteren.